1. INLEIDING  |  2. SPREEKWOORDENDEKSELS3. BEELDSYMBOLEN EN HUN BETEKENIS  |  4. VIJFENVEERTIG SPREEKWOORDENDEKSELS I  |  SPREEKWOORDENDEKSELS II










3. BEELDSYMBOLEN EN HUN BETEKENIS

Na de uiteenzetting hoe spreekwoordendeksels ontstaan en hoe ze worden gebruikt, volgt nu een alfabetisch overzicht van enkele symbolen die meestal veelvuldig als bijfiguren op deksels gebruikt worden. Overigens worden beeldsymbolen bij de Bafiote niet alleen op potdeksels afgebeeld maar ook op andere voorwerpen. Met dit verschil dat de afbeeldingen op andere categorieën objekten geen samenhangende boodschappen bevatten. * Zo bevindt zich in de collecties van het Rijksmuseum voor Volkenkunde een kalebas (2966-154) waarop meer dan twintig symbolen zijn aangebracht, die onderling geen verband hebben, maar die allemaal afzonderlijk een spreekwoord of gezegde uitdrukken.

* De zogenaamde vertel latten en sommige waardigheidsstaven met een "stripverhaal" vormen hierop een uitzondering.
 
 

Kalebas met een twintigtal beeldsymbolen.









BEELDSYMBOLEN OP TREFWOORD IN ALFABETISCHE VOLGORDE GERANGSCHIKT:

ANANAS EN NSAKA-BESJE

• Spreekwoord: De ananas heeft een scherpe smack, maar het Nsaka-besje verzacht de smack van de ananas.

• Betekenis: Wanneer men een verse ananas eet is het sap van deze vrucht tamelijk scherp. Wanneer men vóór de ananas echter eerst het rode Nsaka-besje (lat. Sideroxylon dulcificum) eet, wordt de scherpe smack verzacht. Gecombineerd op een spreekwoordendeksel betekenen deze symbolen: Ik zal je de waarheid zeggen zonder je te kwetsen.


ananas en nsaka-besje               bijl zonder steel









BIJL  ZONDER  STEEL

• Spreekwoord: Een steel kun je in een bijl slaan, maar een mens kun je niet dwingen.

•  Betekenis: Een waarschuwing "Pas op! Ik laat mij niet dwingen!"

BLAASBALG

•  Spreekwoord: Wanneer de (houten) blaasbalg een ijzeren punt heeft dan kan hij niet verbranden.

•  Betekenis: Om te voorkomen dat het hout van de blaasbalg gaat smeulen, wanneer het bij het aanwakkeren van het vuur te dicht in de buurt van de vlammen komt, wordt tussen het luchtkanaal en het vuur een ijzeren verlengstuk geplaatst. Wanneer op een deksel de blaasbalg met ijzeren punt voorkomt geeft de vrouw daarmee aan haar man te kennen dat hij haar (tòch) nodig heeft, met name op sexueel gebied en dat hij er daarom goed aan doet een beetje aardiger voor haar te zijn. Vertaald in de richting van de plaatselijke situatie zegt zij daarmee dat een man, zolang hij een goede vrouw heeft, niet naar een prostituée hoeft te lopen, op het gevaar of daarna aan een geslachtsziekte te gronde te gaan. Daaraan kan nog worden toegevoegd dat bij de Bafiote de sexualiteit op bepaalde punten met veel minder taboes omgeven is dan bij ons. Getuige het spreekwoord "De mens heeft een mond gekregen om te eten".
 
 


blaasbalg                     boomstronk op een akker










BOOMSTRONK OP EEN AKKER

•  Gezegde: Wat zie ik daar op mijn akker?

• Betekenis: Wanneer de Bafiote een stuk land in cultuur brengen worden de aanwezige bomen zo nodig vlak boven de grond omgehakt. Dat betekent dat er op de akker altijd wel boomstronken achterblijven, maar op zichzelf vormen deze stronken nauwelijks een belemmering voor de akkerbouw. Wanneer ergens nog een stronk staat werkt men er gewoon omheen. Vandaar: Je maakt je boos om een kleinigheid.

"DRAAGSTOEL"

• Geen spreekwoord.

•  Betekenis: "Draagstoel" in de vorm van een hangmat die aan een stok wordt gedragen. In de draagstoel zit iemand die zijn arm gebroken heeft, terwijl één van de dragers zijn been gebroken heeft. Conclusie: Het is slecht verdeeld in de wereld!
 
 

draagstoel                          duizendpoot









DUIZENDPOOT

• Gezegde: De duizendpoot kan zich niet verweren, hij kan zich alleen maar oprollen.

•  Betekenis: Ik voel mij als een opgerolde duizendpoot. Ik kan mij niet verweren en wanneer jij mij slecht wilt behandelen dan kan ik daar niets tegen doen.

EENBEL

• Spreekwoord: Wanneer iemand een éénbel wil smeden, moet hij wel weten hoe hij hem uit het vuur moet halen.

•  Betekenis: Om iets tot een goed einde te brengen moet je weten waar je aan begint.
 

''GELOOFSBRIEF''

•  Geen spreekwoord.

•  Betekenis: Een ''geloofsbrief'' is een stuk raffiadoek, dat op een speciale, voor derden herkenbare, manier is opgerold. Een dergelijke raffia-rol kan door een belangrijke hoofdman aan een afgezant worden meegegeven, ten bewijze dat deze voor de hoofdman een "officiële" missie vervuld. Wanneer een "geloofsbrief" op een spreekwoordendeksel staat afgebeeld, dan wil de vrouw van wie de deksel afkomstig is daarmee benadrukken dat ze behoort tot een belangrijke verwantengroep. Voor haar man houdt dit symbool dan een waarschuwing in: Pas op wat je doet'. Mijn clan staat achter mij en zal mij steunen wanneer dat nodig is! (Vergelijk ook olifantstanden, scepter, trom en tweebel).
 
 

eenbel                              "geloofsbrief"










HUWELIJKSFETISJ

•  Geen spreekwoord.

•  Betekenis: Wij zijn getrouwd.
 
 

huwelijksfetisj               jeneverkruik
 
 
 
 
 

Huwelijksfetisj, bedoeld om de getrouwde vrouw te verzekeren van een talrijk nageslacht.
 
 

Kaurischelp











JENEVERKRUIK

•  Geen spreekwoord.

•  Betekenis: De geglazuurde aardewerken kruik met daarin jenever maakte sinds het einde van de 19e eeuw meestal deel uit van de geschenken die door de bruidegom aan de familie van de bruid werden gegeven. Alhoewel van recentere datum in het gebied heeft de kruik als symbool dezelfde waarde als de kauri-schelp; beide symbolen hebben betrekking op de bruidsprijs. In de meeste gevallen zegt de vrouw daarmee tegen haar man: "Je hebt dan wel aan je verplichtingen ten aanzien van de bruidsprijs voldaan, maar ....:" Overigens gaat het symbool van de jeneverkruik terug op een uit Nederland afkomstig handelsartikel; reeds in het laatste kwart van de vorige eeuw exporteerde de Nieuwe Afrikaanse Handelsvereniging aanzienlijke aantallen jeneverkruiken, met inhoud, afkomstig uit Schiedam en omstreken, naar dit deel van Afrika.
 

KAURISCHELP

•  Geen spreekwoord.

•  Betekenis: De kaurischelp symboliseert de bruidsprijs die door de man aan de familie van de vrouw is gegeven. (Zie verder onder jeneverkruik).
 
 

kaurischelp        kippekop










KIPPEKOP

•  Gezegde: Op het bord van een kind kun je een kippekop leggen, maar op het mijne niet.'

•  Betekenis: De Bafiote ervaren het als een regelrechte belediging, wanneer iemand een vleesloze kippekop op hun bord legt. Al dan niet afgebeeld op een bord wil de vrouw met dit symbool aan haar man te kennen geven, dat ze zich als een kind behandeld voelt; alleen een kind kun je een kippekop voorschotelen. Meer concreet ligt in het symbool ook het verwijt van gierigheid besloten.
 

MAAN EN ZON

•  Spreekwoord: Wie is sterker, de zon of de maan? De maan, want die heeft kinderen: De sterren.'

•  Betekenis: Dit spreekwoord in de vorm van een vraag-en-antwoordspel heeft betrekking op de wijze waarop bij de Bafiote de afstamming wordt bepaald, namelijk in de vrouwelijke lijn. In de praktijk betekent dat, dat de kinderen die uit een huwelijk geboren worden behoren tot de verwantengroep van de vrouw. De vraag wie sterker is impliceert dan ook een waarschuwing aan het adres van de man: Jij hebt mij dan wel getrouwd, maar ik ben de belangrijkste want onze kinderen zijn van mij en behoren tot mijn clan. Als ons huwelijk misgaat ga ik weg en neem ik de kinderen mee naar mijn - en dus ook hun - verwantengroep.
 
 

maan en zon                       maansikkel









MAANSIKKEL

•  Spreekwoord: De maan is wijs; af en toe verbergt zij een deel van zichzelf.

•  Betekenis: Het is niet verstandig altijd meteen te vertellen wat je denkt of voelt. Soms doe je er beter aan iets maar voor jezelf te houden, zoals de maan ook regelmatig een deel van zichzelf onzichtbaar maakt.

NSAKA-BESJE EN ANANAS

•  Spreekwoord: De ananas heeft een scherpe smaak, maar het Nsaka-besje verzacht de smaak van de ananas.

•  Betekenis: Zie onder Ananas en Nsaka-besje.
 
 

nsaka-besje en annanas          olifantstanden/ivoren blaas









OLIFANTSTANDEN/IVOREN BLAASHOORNS

•  Geen spreekwoord.

•  Betekenis: Samen met o.a. de tweebel, het sceptermes en de trom vormen olifantstanden in de vorm van ivoren blaashoorns de waardigheidstekens die verbonden zijn met het hoofdmanschap. Alhoewel de hoofdman zich in het dagelijks leven niet van zijn dorpsgenoten onderscheidt, zetelt hij bij officiële gelegenheden te midden van de bovengenoemde objecten, eventueel aangevuld met o.a. een luipaardvel dat op de grond is uitgespreid. Afgebeeld op spreekwoordendeksels worden deze en andere waardigheidstekens door de vrouw gebruikt, om de man te wijzen op haar afkomst, als een waarschuwing: Denk niet dat ik mij alles laat welgevallen. Ik kom uit een belangrijke verwantengroep, die mij in geval van moeilijkheden niet in de steek zal laten.
 
 

Olifantstand
 
 

Hoofdman, gezeten op een luipaardvel, achter een drietal ivoren blaashoorns. Op de achtergrond een ander symbool van het hoofdmanschap, de trom.











OPENHANDSVRUCHT

•  Gezegde: Stel je open, dat kan geen kwaad.

•  Betekenis: De openhandsvrucht is een vrucht met een zeer harde schil. Wanneer hij rijp is opent hij zich vanzelf en het inwendige van de beide helften lijkt dan op twee opengespreide handen die iets aanbieden. De inheemse naam van de vrucht is tsjiala-mioko wat, letterlijk vertaald, "handenopener" betekent. In het algemeen symboliseert de openhandsvrucht gastvrijheid; behandel alle mensen goed dan treden ze jou ook vriendelijk tegemoet. Afgebeeld op spreekwoordendeksels wordt deze algemene betekenis toegespitst. Omdat bij de deksels in bijna alle gevallen de relatie man-vrouw centraal staat, heeft de gedachte van de ander open tegemoet treden hier een engere betekenis. Deze steunt op een andere interpretatie van het inwendige van de opengesprongen vrucht; dit vertoont vormovereenkomsten met een vagina. Dit beeldsymbool wordt daarom meestal gehanteerd als een klacht met betrekking tot de sexuele relatie tussen een vrouw en haar man. Hij impliceert dat de man in gebreke blijft, in vergelijking met de verwachtingen van zijn vrouw: Ons contact op sexueel gebied is nihil of minimaal.
 
 

Openhandsvrucht in ongeopende toestand.
 
 

Palmwijntapper met kapmes en kalebas, hangend in de N'Koso.









Afhankelijk van de context - de overige symbolen die op de deksel gebruikt zijn - kan het tsjialamioko-motief echter ook anders worden opgevat. De klacht van de vrouw kan op een ander terrein liggen en dan moet het openhandsvrucht-symbool soms worden geïnterpreteerd in de zin van "ondanks het feit dat we regelmatig met elkaar naar bed gaan, behandel je mij slecht en loop je achter andere vrouwen aan". Hiermee is de openhandsvrucht een voorbeeld van een symbool dat zijn betekenis pas prijs geeft in relatie tot andere symbolen. Zoals met een spreekwoord ook precies het tegengestelde kan worden uitgedrukt, wanneer het met een sarcastische ondertoon wordt uitgesproken.
 
 

Openhandsvrucht          Palmboom









PALMBOOM

•  Spreekwoord: De palmboom is moeilijk te beklimmen, maar als hij is gevallen loopt iedereen over hem heen.

•  Betekenis: De op de deksels afgebeelde boom is de oliepalm. Deze levert naast palmolie en palmwijn ook nog allerlei andere produkten. Hij kan zo'n 15 meter hoog worden. Alleen voor geoefende klimmers is het weggelegd zijn kruin te bereiken. Bij het klimmen wordt gebruik gemaakt van de N'Koso, een van lianen gevlochten gordel, die achter de rug van de klimmer langs gaat en om de stam heen wordt gelegd. Om de vaak meer dan 30 kg zware vruchttrossen los te kappen gaat de klimmer met een hakmes naar boven. Is het de bedoeling om palmwijn te tappen, dan wordt behalve een mes ook een kalebas meegevoerd. Een opgave die niet van gevaar ontbloot is en waarbij regelmatig ongelukken gebeuren. Op het spreekwoordendeksel wordt de palmboom liggend afgebeeld, soms met een voet erop. De imposante boom van vroeger is oud geworden en omgevallen. Iedereen stapt erover heen zonder er aandacht aan te besteden. Met dit symbool wil de vrouw aangeven dat ze boos en verdrietig is, omdat haar man haar nauwelijks nog opmerkt nu ze oud is. Vroeger toen ze in de kracht van haar leven was had hij haar nodig en had hij ontzag voor haar.
 

PALMNOOT

•  Spreekwoord: Veel palmnoten rotten op de mesthoop.

•  De vruchttros van een palmboom kan duizenden vruchten bevatten. Wanneer op een spreekwoordendeksel daarom een palmnoot wordt afgebeeld dan luidt de boodschap die een vrouw daarmee aan haar man wil geven, dat hij niet moet denken dat hij de enige is. Vroeger voordat ik met jou trouwde waren er een heleboel jongens en mannen die gek op mij waren. Dus pas maar op! Als je niet wat aardiger tegen mij bent kan ik altijd nog naar één van de anderen gaan. Er zijn genoeg mannen die mij graag willen hebben. (Zie verder onder pinda en palm
 
 

Palmnoot                                Pijp











PIJP

(meestal worden een oude en een nieuwe pijp gecombineerd afgebeeld).

•  Gezegde: Je wilt een nieuwe pijp aanschaffen.

•  Betekenis: In dit gezegde staat de nieuwe pijp voor een nieuwe vrouw. Met een spreekwoordendeksel waarop een nieuwe pijp al dan niet gecombineerd met een oude pijp voorkomt, tekent de (eerste) vrouw protest aan tegen de plannen van haar man om er een nieuwe vrouw bij te nemen. In sommige gevallen verbindt zij daaraan een duidelijke waarschuwing; ik mag dan wel oud zijn, maar weet wel wat je doet, anders ga ik weg.
 

PINDA EN PALMNOOT

•  Spreekwoord: De pinda is vruchtbaar, de palmnoot niet.

•  Betekenis: Van de duizenden vruchten die zich in een vruchttros van een palmboom kunnen bevinden groeien in de praktijk slechts enkele uit tot een nieuwe boom. Met de pinda ligt dat anders, de zaadjes in de dop van de pinda kunnen allemaal tot nieuwe planten uitgroeien. Wanneer een pinda, in combinatie met een palmnoot op een deksel wordt afgebeeld is het de bedoeling van de vrouw om daarmee de belangrijkheid van haar positie in het huwelijk aan te geven. De vrouw brengt onder de aandacht van haar man dat zij kinderen kan krijgen en hij niet. In wezen gaat het hier om hetzelfde gegeven dat we ook in de vraag "Wie is sterker de zon of de maan?" zijn tegengekomen. De vrouw geeft, ten overvloede, nog eens aan haar man te kennen dat de kinderen uit hun huwelijk geboren tot haar verwantengroep behoren.
Met andere woorden, als het tussen ons misgaat en ik wegga, neem ik de kinderen mee, want die behoren tot mijn clan.
 
 

Pinda en palmnoot            Plukstok








PLUKSTOK
(soms gecombineerd met een hand).

•  Gezegde: De plukstok kan er niet bij en jij, hand, wilt het proberen'

•  Betekenis: Je bent overmoedig en je wilt alles naar je toe halen.
 

PUNTGEVEL

•  Spreekwoord: De zijwand kan men omdraaien, de puntgevel niet.

•  Betekenis: De Bafiote wonen in rieten hutten. Deze hebben twee rechthoekige zijwanden en een in een punt uitlopende voor-en achtergevel. Wanneer na verloop van tijd het riet van de wanden begint te rotten ten gevolge van de vochtigheid, levert dat voor de zijwanden nauwelijks problemen op. Ze worden losgemaakt en omgedraaid. In het geval van de puntige voor- en achtergevels is het moeilijker. Die kunnen niet omgekeerd worden, dus moet er een nieuwe wand worden gemaakt. Afgebeeld op een spreekwoordendeksel zegt de vrouw met dit symbool tot haar man dat zij om allerlei redenen belangrijk voor hem is en dat hij niet moet denken dat hij haar gemakkelijk kan vervangen.
 
 


Puntgevel                         Sceptermes









SCEPTERMES

•  Geen spreekwoord.

•  Betekenis: In combinatie met enkele andere voorwerpen (zie olifantstanden, trom en tweebel) is het sceptermes, als waardigheidsteken, verbonden met het hoofdmanschap. Daarbij symboliseert het sceptermes de taak en de plicht van de hoofdman in rechtszaken de uiteindelijke beslissing te nemen. In extreme gevallen kon dat in het verleden betekenen dat de hoofdman besliste dat tot executie (sceptermes!) van de veroordeelde diende te worden overgegaan. Een beslissing waarmee uitvoering werd gegeven aan het rechtsgevoel van de groep. In het beperktere kader van de spreekwoordendeksels is deze oorspronkelijke betekenis sterk vervaagd. Net als met de andere waardigheidstekens die verbonden zijn met het hoofdmanschap geeft de vrouw met dit symbool aan haar man te kennen dat ze tot een vooraanstaande familie behoort die haar in geval van nood niet in de steek zal laten. Met andere woorden "Pas maar op wat je doet!"

TOVERNOOT

•  Spreekwoord: De tovernoot gaat onder maar komt altijd weer boven.

•  Betekenis: De tovernoot is de vrucht van een boom die aan de waterkant, langs de oevers van de rivieren of aan de kust groeit. De noot is donker van kleur en heeft een afgeplatte ronde vorm die enige overeenkomst vertoont met het uiterlijk van een kastanje. De schil van de vrucht is hard en van binnen is hij gedeeltelijk hol; dit maakt dat hij, wanneer hij van de boom in het water valt, na zeer korte tijd toch weer opduikt. Bovendien worden deze vruchten door de stroom meegevoerd en elders weer aangespoeld; de tovernoot brengt je op de hoogte van geschillen die elders in de verwantengroep leven. Met andere woorden familieleden moeten openhartig tegen elkaar zijn en niets voor elkaar verzwijgen. Afgebeeld op een spreekwoordendeksel kan de tover
noot vaak worden geïnterpreteerd in de zin van "ik moet het zeggen, ik kan het niet verzwijgen; alhoewel mijn grieven soms wel eens even onderduiken komen ze toch telkens opnieuw weer boven. Ik zal eerlijk zijn en je de waarheid zeggen".
 
 

Sceptermes
 

Tovernoot, aan een touwtje.
 
 

Tovernoot                               Trom










TROM

•  Geen spreekwoord.

•  Betekenis: Net als de olifantstanden en het sceptermes is ook de trom een waardigheidsteken dat verbonden is met het hoofdmanschap. In combinatie met één of meer van de andere waardigheidstekens verwijst de trom naar de familieachtergrond van de vrouw: Ik kom uit een belangrijke verwantengroep die mij zal verdedigen wanneer ik ze daartoe oproep'. Net als de olifantstand wordt ook de trom meestal in aantallen van drie, vier of vijf stuks op deksels afgebeeld. De trom stelt de hoofdman in staat de leden van zijn groep "op te trommelen".

TWEEBEL

•  Spreekwoord: Wie een tweebel koopt houdt van lawaai. (De tweebel wordt ook gebruikt als symbool voor het hoofdmanschap, maar in die functie is er geen spreekwoord mee verbonden, zoals dat ook niet het geval is bij o.a. het sceptermes, de ''geloofsbrief'', de ivoren hoorn van olifantstand en de trom).
 

•  Betekenis: Wanneer een tweebel op een spreekwoordendeksel wordt afgebeeld, zonder dat daaraan de andere symbolen van het hoofdmanschap zijn toegevoegd kan men meestal het spreekwoord "wie een tweebel koopt houdt van lawaai" daarmee verbinden. Wanneer een vrouw een deksel gebruikt waarop een dergelijk symbool voorkomt geeft ze daarmee aan haar man te kennen dat hij er schuldig aan is dat zij ruzie hebben. Toen je deed wat je gedaan hebt, kon je op je vingers natellen dat er herrie van zou komen, "wie kaatst moet de bal verwachten". In combinatie met één of meer andere symbolen van het hoofdmanschap verwijst de tweebel naar de familie-achtergrond van de vrouw die het deksel gebruikte. Ik kom uit een vooraanstaande familie die mij zal verdedigen indien daar aanleiding toe is. Door de hoofdman wordt de tweebel o.a. gebruikt om bij een officieel bezoek de dorpelingen van een ander dorp te waarschuwen dat hij in aantocht is. Daartoe wordt de stoet met de hoofdman, die in een hangmat wordt vervoerd, voorafgegaan door een jongeman met een tweebel. Met een stokje slaat deze tegen de beide bellen die twee verschillende tonen produceren.
 
 

Tweebel                                Vissen









VISSEN

•  Gezegde in de vorm van een vraag en antwoord spel: Broer, je gaf mij maar 12 vis.' (Antwoord:) Zie maar hoeveel vis er in mijn korf zit'.

•  Betekenis: Ik heb je alles gegeven wat ik heb en jij bent nòg niet tevreden:
 

VOGEL MET ZIJN STAART GEVANGEN IN EEN STRIK

•  Geen spreekwoord.

•  Betekenis: Ik ben met je getrouwd en jij hebt mij als een vogeltje gestrikt. Maar ik ben niet echt gevangen. Nog één ruk en ik ben gevlogen.
 
 


vogel met zijn staart               zeeschelp
gevangen in een strik








ZEESCHELP

•  Spreekwoord: Zelfs de zeeschelp ruist.

•  Betekenis: De zeeschelp waarop dit spreekwoord betrekking heeft, bezit een langgerekte spiraalvormige buitenkant en is ongeveer 2 cm lang. Het gaat dus om een nietig schelpje dat in grote aantallen wordt aangetroffen op de plaats waar rivieren in de zee uitmonden. De inheemse naam voor deze schelp is "nsosse". Met dit woord wordt echter niet alleen deze schelp aangeduid; het staat ook voor een typisch zuig-fluitgeluid dat de Fiote maakt alvorens hij iemand gaat uitschelden. Met andere woorden, wanneer zelfs zo'n nietig schelpje als de "nsosse" ruist wanneer je het bij je oor houdt, waarom zou ik mij dan inhouden wanneer ik boos ben. Ik heb veel grieven tegen jou en ik laat mij niet kisten!
 

ZON EN MAAN

•  Spreekwoord: Wie is sterker, de zon of de maan?
De maan, want die heeft kinderen: De sterren!

•  Betekenis: Zie onder Maan en zon.
 
 

Zon en maan
 
 

Traditionele doodkist met drie punten op een spreekwoordendeksel.
 
 

Een begrafenis met een doodkist van europees model. Verandering en continuïteit; op de deksel is de vorm van de traditionele doodkist aangegeven.
 

Grafmonument, opgericht voor een clanhoofd van de Balinge te Dinge.
 
 

In cement uitgevoerde waardigheidstekens op het graf van hetzelfde clanhoofd.
 
 

1. INLEIDING  |  2. SPREEKWOORDENDEKSELS3. BEELDSYMBOLEN EN HUN BETEKENIS  |  4. VIJFENVEERTIG SPREEKWOORDENDEKSELS I  |  SPREEKWOORDENDEKSELS II