1. INLEIDING  |  2. SPREEKWOORDENDEKSELS3. BEELDSYMBOLEN EN HUN BETEKENIS  |  4. VIJFENVEERTIG SPREEKWOORDENDEKSELS I  |  SPREEKWOORDENDEKSELS II








4 . VIJFENVEERTIG  SPREEKWOORDEN DEKSELS

1. HOOFDFIGUUR: EEN KOPMAND

Gezegde: Het is een huwelijk van de kopmand.
Bijfiguren:     1. tovernoot (x)          2. openhandsvrucht (x)
Betekenis: Je moet oppassen, anders ga ik er vandoor (hoofdfiguur). Want
 laten wij eerlijk zijn, ik kan niet langer voor mij houden (1)
 dat aan onze sexuele relatie het één en ander ontbreekt (2).
 N. B. De kopmand is een sledevormige mand, die door de vrouwen
 op het hoofd wordt gedragen en waarin van alles wordt vervoerd.
 Afgebeeld op een spreekwoordendeksel betekent dit symbool: Als
 je niet oppast, pak ik mijn boeltje bij elkaar: Als aanwijzing
 dat het menens is zijn bovenop de kopmand nog enkele dozen af
 gebeeld. Overigens wordt met het gezegde "het is een huwelijk van
 de kopmand" in wezen gerefereerd aan een huwelijk waarbij de
 vrouw al herhaaldelijk is weggelopen.
 Dat er aan de achterkant van de kopmand een hoekje ontbreekt,
 duidt er waarschijnlijk op dat de beitel van de houtsnijder is
 uitgeschoten.
 (RVV 2966-4)
 
 

No. 1








(x)  Voor de betekenis van de met (x) gemarkeerde bijfiguren wordt verwezen naar het voorafgaande hoofdstuk: "Beeldsymbolen en hun betekenis".
 
 

2 . HOOFDFIGUUR: EEN KOOKPOT, STAANDE OP DRIE KOOKSTENEN

Spreekwoord:   Er zijn drie stenen nodig om een kookpot in evenwicht te houden.
Bijfiguren: 1. zeeschelp (x)      2. tovernoot (x)
Betekenis: Ons huwelijk is uit balans. Net als bij een kookpot zijn er ook
 bij een huwelijk drie "pijlers" nodig om het in stand te houden:
 (a) er moeten kinderen komen, (b) de man moet zijn vrouw kleden
 en (c) man en vrouw moeten voor eten zorgen (hoofdfiguur). Wan
 neer ik mij realiseer hoe het bij ons toegaat, word ik erg
 boos (1) en kan ik mijn irritatie niet meer verbergen; deze
 komt steeds opnieuw weer boven (2).
 (RVV 2966-7)
 
 


 
 

N. 2







3. HOOFDFIGUUR: SMEKENDE HANDEN

Gezegde: Smeken om iets waarop je recht hebt is een dwaze zaak.
Bijfiguren: 1. Schelp           5. tovernoot (x)
 2. openhandsvrucht (x)        6. vier olifantstanden (x)
 3. Etensbord                         7. trom (x)
 4, schildpad                          8. sceptermes (x)

Betekenis: Eigenlijk is het dwaas om jou om iets te smeken waar ik recht op heb (hoofdfiguur), maar ik kan de kwestie toch ook niet langer voor mij houden (5). Ik heb een sexuele relatie met een andere man gehad (2), maar bedenk wel dat het je eigen schuld is; telkens weer ga je zonder mij op reis (4). Als je mij nu wilt verstoten, vraag je dan wel af of je daartoe het recht hebt. Uiteindelijk geeft Gòd eten aan goede èn aan slechte mensen (3). Verder doe je er verstandig aan te bedenken, dat ik mij niet van mijn plaats zal laten verdringen, net zoals een schelpdier blijft zitten op de plaats waar het zich heeft vastgehecht (1).

En vergeet niet dat ik tot een belangrijke clan * behoor, die mij zonodig bij zal staan (6, 7 en 8). N. B. Bij het symbool van de schildpad hoort het gezegde: De schildpad neemt overal zijn huis mee. (RVV 2966-10)

No. 3

HOOFDFIGUUR:    TWEE HANDEN DIE ELKAAR VASTHOUDEN
Gezegde:  Laten wij elkaar vasthouden en elkaar nooit meer verlaten.
Bijfiguren: 1. maan en (x)     4. (gevallen) palmboom en (x)
 2. zon (x)           5. (gevallen) palmboom (x)
 3. blaasbalg (x)             6. zeeschelp (x)

*   In dit hoofdstuk wordt, wanneer bij de uitleg van de betekenis van de symbolen op de spreekwoordendeksels aan de verwantengroep van de man of de vrouw wordt gerefereerd, uitsluitend de term clan gebruikt. De omvang van de verwantengroep wordt daarbij uitdrukkelijk in het midden gelaten.

Betekenis:    Wij zijn getrouwd (hoofdfiguur), maar ik ben verdrietig en boos
 (6), omdat jij mij als een oude vrouw behandelt (4 en 5). Toch
 heb jij mij op sexueel gebied nodig (3) en bovendien ben ik de
 belangrijkste want ik heb kinderen (1) en jij hebt geen kinderen (2).
 N. B. Het gezegde "laten wij elkaar vasthouden en elkaar nooit
 ;neer verlaten" wordt als formule, door zowel de bruid als de
 bruidegom, bij een huwelijksvoltrekking uitgesproken.
 (RVV 2966-12)
 
 


No. 4






5. HOOFDFIGUUR: EEN FRAAIE DOODKIST

Gezegde: Als ik dood ga krijg ik van mijn clan een mooie doodkist.

Bijfiguren: 1. Een "draagstoel" met daarin iemand die zijn arm gebroken
 heeft, terwijl de achterste van de dragers zijn been gebroken heeft (x).
 2. sceptermes (x)
 3. (opgerolde) duizendpoot (x)

Betekenis:  Het is slecht verdeeld in de wereld (1). Ik kom uit een vooraan
 staande clan (hoofdfiguur en 2) en toch behandel jij mij slecht (3).
 N.B. Het sceptermes is als statussymbool voorbehouden aan de
 belangrijkste hoofdlieden.
 (RVV 2966-13)
 
 

No. 5







6. HOOFDFIGUUR : EEN ZIEKE VROUW
Gezegde :  Wee de clanloze!
Bijfiguren :  1. Drie kookstenen waartussen stukken brandhout liggen. De kookpot ontbreekt.
 
 


No. 6






Betekenis:  Voor een goed huwelijk zijn drie dingen nodig: kleding, voedsel
 en kinderen. Het voedsel ontbreekt (1) omdat jij niet werkt. Ik
 ben ziek van ellende (hoofdfiguur), want ik heb geen clan die
 voor mij in de bres kan springen.
 (RVV 2966-18)

7. HOOFDFIGUUR:   STOEL MET DAARVOOR OP DE GROND EEN ZITTENDE VROUW

Gezegde:  Toen ik jong was zat ik op een stoel, nu ik oud ben zit ik op de grond.

Bijfiguren: 1. zeeschelp (x)      2. openhandsvrucht (x)
Betekenis:    Je veracht mij omdat ik oud ben (hoofdfiguur). Ik ben woedend
 (1), omdat je niet meer met mij naar bed gaat (2)
 (RVV 2966-20)

No.7






8 . HOOFDFIGUUR: EEN WAARZEGGER IN EEN HOUDING VAN CONCENTRATIE

Gezegde: Was ik voor mijn huwelijk maar naar de waarzegger gegaan (dan was ik nooit met je getrouwd).

Bijfiguren: 1. maan en (x)              6. fetisj-mandje
 2. zon (x)                           7. een nieuwe pijp en (x)
 3. boomstronk op een       8. een oude pijp (x)
  akker (x)                        9. huwelijksfetisj (x)
 4, palmnoot en (x)            10. fetisj-ring
 5. pinda (x)                       11. fetisj-mand

Betekenis:  Ik ben niet gelukkig in mijn huwelijk (hoofdfiguur) en heb mij
 verzekerd van de bescherming van diverse fetisjen (6, 10 en 11).
 Om een kleinigheid maak je je kwaad (3) en alhoewel we 'officieel" getrouwd zijn (9) wil je er een nieuwe vrouw bij nemen (7 en 8). Bedenk je echter nog maar eens een keer, want ik ben de sterkste (I en 2) en de vruchtbaarste (4 en 5)!
 (RVV 2966-25)
 
 


No.8

9. HOOFDFIGUUR: LIGGENDE VROUW DIE MET HAAR VOORHOOFD OP DE GROND BEUKT

Gezegde: Zoals een weerloze hagedis zal ik met mijn hoofd op de grond beuken.

Bijfiguren: 1. drie kookstenen      2. een zeeschelp (x)
Betekenis:  Ik ben wanhopig (hoofdfiguur) en kan mij niet meer inhouden (2),
 want er zijn drie dingen nodig voor een goed huwelijk: kinderen,
 kleding en voedsel (1).
 N.B. Het gezegde "zoals een weerloze hagedis zal ik met mijn
 hoofd op de grond beuken" is ontleend aan het beeld van de angstige hagedis, die wanneer hij geen uitweg meer ziet, met zijn
 kopje snel op en neer gaat om zijn aanvaller af te schrikken.
 (RVV 2966-28)
 
 


No.9

10. HOOFDFIGUUR: EEN VROUW DIE NAAR EEN PUNTGEVEL (X) KIJKT

Spreekwoord:   Een zijwand kan men omdraaien, maar een puntgevel is moeilijk te vervangen.
Bijfiguren: 1. Specht                              5. nsaka-besjes (x)
 2. kippekop (x)                      6. wortels van de kolaboom
 3. Nfoemoe-boom                 7. jeneverkruik (x)
 4. ananas en (x)

Betekenis: Ik zal je de waarheid zeggen (4) zonder je te kwetsen (5). Je
 bent gierig (2) en grillig (6), je gedrag blijkt niet voor ver
 betering vatbaar (1 en 3). Maar let wel, je hebt de bruidsprijs
 betaald (7) en het zal je niet meevallen mij door een ander te
 vervagen (hoofdfiguur).
 N. B. De specht gaat door voor een dier waarvan het gedrag niet
 meer te verbeteren is; wanneer je hem wegjaagt, begint hij te
 gen de volgende boom te tikken:
 (RVV 2966-29)
 
 

No.10







11.HOOFDFIGUUR: EEN KRAB MET SCHAREN (A) EN EEN ZIEKE MET EEN MUTS OP (B)

Gezegden:    Een krab verweert zich met zijn scharen.
 Een zieke die een muts op heeft is niet ziek.

Bijfiguren: 1. (liggende) palmboom (x)
 2. tweebel (x)

Betekenis:   Jij bent lui (B) en je behandelt mij als een oude vrouw (1),
 maar ik behoor tot een belangrijke clan (2), die me te hulp zal
 komen wanneer het nodig is en die mij tegen jou in bescherming
 kan nemen (A).
 (RVV 2966-30)
 
 

No. 11






12. HOOFDFIGUUR: EEN OOR

Spreekwoord:  Een oor, hoe groot ook, kan nooit boven het hoofd uitgroeien.

Bijfiguur: palmnoot (x)
Betekenis: Verbeeld je maar niet dat jij de belangrijkste bent (hoofdfiguur).
 Bovendien zijn er nog genoeg mannon die mij graag willen hebben (1).
(RVV 2966-31)


No12






13 . HOOFDFIGUUR: EEN KANO MET EEN MAN EN EEN SLANG ERIN

Spreekwoord:   Wanneer je een kano hebt, zet dan nooit een slang over.

Bijfiguren: 1. krab zonder scharen                     6. eend die met zijn snavel op zijn rug
 2. (gevallen) palmboom                               krabt
  (x)                                              7. plukstok (x)
 3.  openhandsvrucht (x)                         8. zeeschelp (x)
 4. zeeschelp (x)                                      9. tovernoot (x)
 5. "geloofsbrief" (x)

Betekenis: Ik ben ongelukkig omdat ik met je getrouwd ben zonder mij te realiseren wat ik aanhaalde (hoofdfiguur). Jij bent lui (6) en hoogmoedig (7). Ik ben razend (4 en 8) en mijn woede komt telkens weer boven (9). Al kan ik mij zelf niet verdedigen (1),
 toch doe je er goed aan er rekening mee te houden dat ik uit een
 belangrijke clan kom, die mij niet in de steek laat (5). Of
 schoon ik je ook op sexueel gebied welwillend tegemoet treed (3),
 behandel je mij als een oude vrouw (2).
 N. B. Net spreekwoord dat verband houdt met de. hoofdfiguur op
 dit deksel gaat terug op een verhaal, waarin een man vertrouwen stelt in de verzekering van een slang dat deze hem - de eigenaar van de kano - niet zal bijten en zelfs zal belonen, wanneer hij haar de rivier overzet. Eenonnozelheid die hem korte tijd later noodlottig zal worden. De eend geldt als een lui dier; hij eet met zijn snavel en krabt zich op zijn rug met zijn snavel en gebruikt zijn poten niet (bijfiguur 6). (RVV 2966-33)
 
 

No13






14. HOOFDFIGUUR: EEN KLEINE MAN (AFGEBROKEN FIGUUR) ZITTEND IN ZIJN KANO

Gezegde: Wat een klein mannetje zit er in die kano: Washl maar, totdat hij opstaat:

Bijfiguren: 1. (liggende) palmboom (x)                6. dak
                     2. zeeschelp (x)                                 7. kaurischelp (x)
                     3. voet  8. plukstok (x)
4. bord met kippekop (x)  9. huwelijksfetisj (x)
5. blaasbalg (x)  10. vogeltje op een steen

Betekenis: Mijn geduld is op. Als het dan niet anders kan, zul je mij ]e
 ren kennen (hoofdfiguur). Ik ben kwaad (2), want wij zijn getrouwd (9) en jij behandelt mij als oud vuil (1). Jij bent gierig (4) en wilt de baas spelen (8) in ons huwelijk (5). En hoe
 wel je de bruidsprijs betaald hebt (7) ga ik weg (3 en 10), te
 rug naar mijn clan (6).
 (RVV 2966-34)
 
 


 
 

No. 14






15. HOOFDFIGUUR: EEN SCHILDPAD

Gezegde: De schildpad draagt overal zijn huis met zich mee.
Bijfiguren: 1. maan (x) 3. zon (x)
 2. een paar bonen 4. een paar bonen

Betekenis:  Het is je eigen schuld dat ik kinderen van een ander heb gekregen (2 en 4), want als je op reis gaat neem je mij nooit mee
 (hoofdfiguur). Terwijl ik uiteindelijk de belangrijkste ben,
 want ik heb kinderen (1) en jij hebt er geen (3).
 (RVV 2966-37)


No.15

16. HOOFDFIGUUR: EEN HERT AAN DE VOET VAN DE SENGA-BOOM

Gezegde: Een hert kan niet slapen aan de voet van de Senga-boom (vanwege het voortdurend geritsel van de bladeren).

Bijfiguren: 1. tovernoot (x) 2. openhandsvrucht (x)
Betekenis:  Het voortdurend geruzie wordt mij te veel. Ik kom niet meer tot rust en ga daarom weg (hoofdfiguur). Bovendien kan ik niet langer verzwijgen (1), dat het met onze sexuele relatie slecht gesteld is (2).
 (RVV 2966-45)
 
 

No.16






17 . HOOFDFIGUUR: HOND DIE AAN EEN ETENSMAND RUIKT

Gezegde: Als een hond aan een etensmand ruikt, is dat een bewijs dat er eten in zit.
Bijfiguren: 1. blaasbalg (x) 4.palmnoot (x)
 2. tovernoot (x) 5. plukstok (x)
 3. zeeschelp (x)

Betekenis: Vroeger, toen ik nog niet getrouwd was (hoofdfiguur: etensmand), waren er veel mannen die in mij geïnteresseerd waren (hoofdfiguur: ruikende hond). Denk daar maar eens goed over na, want ik kan mijn irritatie en boosheid (3) niet langer voor me houden
(2): ik vind dat je mij op sexueel gebied (1) op een hooghartige manier benadert (5). Maar bedenk wel dat je mij nodig hebt (1) en dat er genoeg ongetrouwde mannen zijn die mij graag zouden willen hebben (4).
(RVV 2966-46)
 
 

No. 17






18. HOOFDFIGUUR: EEN JAKHALS

Gezegde: Als een jakhals wordt gegrepen, wordt hij goed te pakken genomen.

Bijfiguren: 1. openhandsvrucht (x) 4. voet (x)
 2. zeeschelp (x) 5. plukstok (x)
 3. tovernoot (x) 6. kaurischelp (x)

Betekenis: Je bent overmoedig maar ik krijg je wel (hoofdfiguur). Dat het met onze sexuele relatie niet goed zit en dat je steeds weer naar andere vrouwen gaat (1) kan ik niet langer verzwijgen (3) en ik wind mij er telkens opnieuw over op (2). Bovendien gedraag je je hoogmoedig tegenover mij (5) en alhoewel je de bruidsprijs betaald hebt (6) ben ik toch van plan om bij je weg te gaan (4). (RVV 2966-49)


No.18






19 . HOOFDFIGUUR: EEN KIKKER OP EEN TROM

Gezegde: Hé kikker: Sla op de trom: - Ik doe ontzettend mijn best; zie je dan niet dat mijn ogen haast uit mijn kop puilen:

Bijfiguren:  1. tovernoot (x) 2. openhandsvrucht (x)

Betekenis:  Ik kan mijn kwaadheid niet langer voor mij houden (1). Ik doe
ook op sexueel gebied mijn uiterste best en jij bent nog steeds niet tevreden (hoofdfiguur).
(RVV 2966-53)


No. 19







20. HOOFDFIGUUR: EEN GELDKISTJE

Gezegde: Je hebt mijn geldkistje leeggehaald'

Bijfiguren: 1. sleutel, behorend bij het geldkistje
 2. tovernoot (x)
 3. zeeschelp (x)

Betekenis:  Je hebt al mijn eigendommen er door gejaagd (hoofdfiguur en 1). Ik ben daar erg boos om (3) en ik kan mijn kwaadheid niet langer voor mij houden (2).
(RVV 2966-55)
 
 

No. 20






21. HOOFDFIGUUR: EEN RASPBORD VOOR HET RASPEN VAN MANIOK

Gezegde: Heb je geen raspbord, dan kun je niet raspen.

Bijfiguren: 1. bijl 2. mes

Betekenis: Mijn geduld is op (1). Je wilt wel met mij naar bed gaan, maar je bent impotent (hoofdfiguur en 2).
N.B. Bij de bijl hoort het gezegde: de bijl maakt een eind aan
het brandhout (1). Het mes symboliseert het gezegde: een liaan
kun je niet doorsnijden, wanneer je geen mes hebt (2).
(RVV 2966-57)

No. 21

22. HOOFDFIGUUR: FRAAI UITGEVOERDE DOODKIST OP DRAAGSTOKKEN

Gezegde: Wanneer ik doodga, krijg ik een mooie doodkist (want ik behoor tot een zeer belangrijke clan).

Bijfiguren: 1. kopmand (x) 4. nieuwe pijp (x)
 2. klein graf 5. kippekop (x)
 3. oude pijp en (x) 6. éénbel (x)

Betekenis: Ik stam af van een machtige clan (hoofdfiguur) maar jij behandelt mij alsof ik een weeskind ben (2 en 5). Ik ben oud (3) en
je wilt er een jonge vrouw bijnemen (4). Weet wel wat je doet
(6), want misschien ga ik dan wel weg (1).
N. B. Voor het kopmand-symbool, zie spreekwoordendeksel 1 (RVV 2966-4).
Wanneer, zoals op deze deksel is gebeurd, een klein graf wordt
afgebeeld, wil dat zeggen dat er sprake is van iemand die geen
clanleden meer heeft die hem de "laatste eer" kunnen bewijzen;
vandaar dat er bij de interpretatie van de betekenis van de
symbolen op het deksel wordt gesproken van een wees(kind).
(RVV 2966-59)


No. 22

23. HOOFDFIGUUR: EEN KANO IN DE GOLVEN

Spreekwoord:  Wie een kano koopt, wil er mee varen.

Betekenis: Waarom ben je met mij getrouwd als je toch niet met mij naar bed gaat?
(RVV 2966-60)
 
 

No. 23

1. INLEIDING  |  2. SPREEKWOORDENDEKSELS3. BEELDSYMBOLEN EN HUN BETEKENIS  |  4. VIJFENVEERTIG SPREEKWOORDENDEKSELS I  |  SPREEKWOORDENDEKSELS II